Meinhardt

Heinz Meinhardt

Gruppe:
Sinti und Roma
Geboren:
13.04.1926
Wuppertal-Ronsdorf
Germany
Gestorben:
17.04.1943 Auschwitz

Kommentare

Gepubliceerd op: 9 juni 2000

Gepubliceerd op: 9 juni 2000
Door H. de Vries
Meer informatie

In de schaduw van Auschwitz
Zigeunerin Bluma Schattevoet: Onze mensen moesten zichzelf van de grond zien op te rapen

Al in haar vroege jeugd confronteerde Friedel Meinhardt zijn enige kind met herinneringen aan Auschwitz. Als 12-jarig meisje werd Bluma zijn secretaresse en stelde ze de door hem gedicteerde brieven aan het "Wiedergutmachungsamt" op. Het was het begin van een strijd om recht, die in 1992 eindigde met de uitbetaling van 180.000 mark. Het bedrag werd meteen teruggevorderd. "Het pensioen van 500 mark dat hem werd toegekend, liet hij op een aparte rekening storten met de vermelding: "Begrafeniskosten." Hij weigerde ervan te leven."

Het kampje in de Culemborgse nieuwbouwwijk is omgeven door burgerwoningen. De vier bungalowwagens steken nauwelijks af tegen de witstenen huizen. De overeenkomst met de huifkarren en ''pipowagens'' waarmee zigeuners en reizigers eens door Europa trokken, is nihil. Toch ruilt Bluma Schattevoet voor geen goud met de overburen. Hoewel moderne geneugten zoals mobiele telefoon en computer hun intrede in haar wagen deden, zal ze de houten wanden nooit meer verwisselen voor een stenen gevel.

"Twee jaar hebben we in een huis gewoond, in Valkenswaard. Op een gegeven moment proefde ik alleen maar beton. Boven kon ik niet slapen, ik nam m''n matras mee naar beneden. In de zomer kookte ik buiten in de tuin, op een gasstelletje. Terwijl dat huis aan een kamp grensde. Als ik naar buiten keek zag ik de wagens. Toch ging het niet. Daarom zijn we drie jaar geleden hiernaartoe gekomen. Dit is een uniek kampje. Wij zijn Sinti, de buren Roma, in de volgende twee wagens wonen reizigers en dat gaat heel goed samen."

Op de woonkamertafel ligt haar jongste verhalenbundel: "Schaduwkinderen". Ze droeg het op aan haar vader. "En aan het volk waar ik zo ontzettend veel van hou. Ik ben er eentje van en daarop ben ik trots!" Op 19 mei overhandigde de 38-jarige Sinti-vrouw, moeder van vijf kinderen en oma van een kleindochter, het eerste exemplaar aan minister Borst, tijdens de herdenkingsbijeenkomst van Sinti in Westerbork. Ter herinnering aan het feit dat niet alleen Joden het doelwit van de nazi''s waren. Ook zigeuners dienden geëlimineerd te worden.

Aan het gat dat de oorlog in hun gelederen sloeg, werd lange tijd nauwelijks aandacht besteed. Pas begin jaren negentig toonde journalist Aad Wagenaar aan dat "het meisje met de hoofddoek", bekend symbool van de holocaust, geen Jodinnetje was, maar het zigeunermeisje Settela Steinbach. Van de 245 Nederlandse Sinti die naar Auschwitz werden afgevoerd, keerden er slechts 31 terug. In Duitsland sloeg de holocaust een nog grotere wond in de zigeunergemeenschap. En in de ziel van Friedel Meinhardt, die als door een wonder aan de gaskamer ontkwam waarin zijn moeder, broers en zusjes omkwamen.

Dat zijn vader in leven bleef, was te danken aan de muziek. Het is een van de aangrijpendste passages in de nieuwste verhalenbundel van Bluma Schattevoet. "Wij zigeuners staan bekend als goede muzikanten. De meesten kunnen geen muzieknoot lezen, maar viool of gitaar kunnen ze spelen dat je er kippevel van krijgt. Ook mijn grootvader was een groot violist. Als hij in de oorlog voor de officiers moest spelen, dan liet de csardas hun bloed koken en de zigeunerwijs dreef hun de tranen in de ogen... Ja, de zigeunerwijs van Brahms, dat was zijn mooiste melodie, en dat wisten ze. Op de dag dat mijn grootmoeder met haar kinderen de gaskamer inging, moest hij bij de deur staan en deze melodie als afscheidsgroet voor hen op de viool spelen... Na de oorlog heeft hij nooit meer een viool aangeraakt."

Het is een van de verhalen die Bluma in haar vroege jeugd van haar vader hoorde. "Ik was zijn enige kind, dus met alles kwam hij bij mij. Ik ben geboren in Wuppertal, maar daar zijn we maar kort geweest. Van Wuppertal zijn we naar Karlsruhe getrokken. Daar heb ik de eerste jaren op school gezeten. Tot m''n vader ziek werd en terug wilde naar zijn familie in Noord-Duitsland. We trokken er voortdurend rond, want hij kon nergens rust vinden. Uiteindelijk kwamen we in de buurt van Koblenz. Daar is hij gebleven. In de winter woonden we in ons huis in Mayen, zomers reisden we met de kampeerwagen door de Eiffel. Later ontdekte ik dat dit het gebied was waar hij in z''n jeugd met z''n ouders, broers en zusjes had rondgetrokken. Met een handkar, ventend van dorpje naar dorpje.

Ze hadden acht kinderen. Zeven van hen zijn met hun moeder vergast, de jongste was twee dagen oud. De bedoeling was dat ook m''n vader de gaskamer in zou gaan. Als oudste zoon liep hij voor zijn moeder uit, over een soort dijkje. Opeens zag ze onder zich, tussen de struiken in de berm, haar broer staan. Zonder dat de SS''ers het in de gaten hadden, gaf ze m''n vader een duw. De laatste woorden die hij van haar hoorde, waren aan zijn oom gericht: "Let op m''n jongen." Beiden hebben Auschwitz overleefd, net als mijn grootvader. Die is na de oorlog hertrouwd. Dat huwelijk bracht zes kinderen voort, maar mijn vader heeft nooit aansluiting bij zijn halfbroers en -zussen kunnen vinden. De kloof was te groot. M''n moeder heeft in een getto in Polen gezeten, maar sprak daar nooit over. Pas kortgeleden heeft ze me er wat over verteld.

Als ik terugkijk, zie ik dat m''n jeugd een beetje schizofreen was. Ik had twee levens. Aan de ene kant het leven op school, met burgervriendinnetjes. Aan de andere kant het traditionele zigeunerleven thuis, met bovendien het trauma van mijn vader. Hij had vaak nachtmerries, die soms samengingen met epileptische aanvallen. Als ik wakker werd, probeerde ik hem te troosten. Hij praatte met mij als met een volwassen mens. Toen vond ik dat normaal. Je wist niet beter. Andere meisjes van mijn leeftijd vond ik al snel kinderachtig. Sinds een jaar of zes ben ik me ervan bewust wat het met mij gedaan heeft. Als m''n vader in de buurt was, kon je nooit vrolijk of uitgelaten zijn. Er hing een sluier van triestheid om hem heen. Dat bepaalde heel sterk de sfeer in huis.

Nu begrijp ik wat dat voor m''n moeder betekend heeft. Vroeger dacht ik daar niet over na. M''n moeder was er gewoon. Ze kookte, ze waste m''n kleren, het klinkt niet leuk, maar ze was een deel van de inrichting. Ik zag haar als een zwak persoon. Wat stelt dat huishouden nou voor? Achteraf besef ik dat ze ontzettend sterk is geweest. Hou het maar vol met zo iemand als mijn vader. Leef maar eens zo veel jaren met zo''n man. Tegen mij vertelde hij veel meer dan tegen haar. Vooral wanneer hij een paar glaasjes wijn had gedronken. Dan riep hij me, soms midden in de nacht, en begon te vertellen. Meestal over zijn moeder. "Jij lijkt op haar", zei hij dan. Via z''n moeder kwam hij op z''n broertjes en z''n zusjes. Dan op z''n ervaringen in het concentratiekamp."

"M''n vader handelde in antiek, in goud, in paarden, net waar op dat moment wat mee te verdienen was. Het viel niet mee om ervan rond te komen. Duitsland is altijd een hard land geweest voor Sinti. Als kind ben ik vaak uitgescholden en gepest, vooral wanneer we rondtrokken. Daardoor ga je je afsluiten en bouw je een wal om je heen. Je wordt overgevoelig, waardoor je soms dingen denkt te bespeuren die er helemaal niet zijn. Ik verbrak het contact met m''n burgervriendinnetjes. Sommige heb ik daarmee misschien onrecht gedaan. Als je zo sterk geconfronteerd wordt met een haat tegen alles wat Duits is, neem je die vanzelf over.

In de maanden dat we met andere Sinti op reis waren, zat ik dan hier, dan daar op school. In een boekje werden m''n prestaties opgetekend. Aan het eind van de rit leverde ik het in bij mijn thuisschool, de Realschule in Mayen. Aan de hand van dat boekje werd een rapport opgesteld. Het hoofd van de school was een Joodse man, die vierkant achter me stond. Ik leerde graag en mocht op een gegeven moment zelfs aan het gymnasium beginnen. Daar heeft m''n vader een stokje voor gestoken. Hij was er geweldig trots op dat ik kon lezen en schrijven, maar toen hij hoorde dat ik naar het gymnasium kon, werd het denk ik een beetje beangstigend. Als zigeuner hoor je je ouders niet boven het hoofd te groeien. Ik moest thuiskomen om m''n moeder te helpen. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik wou een beroep uitoefenen, maar dat was niet bespreekbaar.

Vanaf m''n twaalfde jaar werd ik zo''n beetje de secretaresse van m''n vader. Ik schreef regelmatig brieven voor hem, naar het "Wiedergutmachungsamt" en naar zijn advocaat. Na de oorlog had Duitsland aan Sinti de gelegenheid gegeven zich aan te melden als oorlogsslachtoffer, in verband met schadevergoeding. Ze kregen daar één week voor. Was je niet op tijd, dan ging je recht verloren. Net als de meeste zigeuners kon mijn vader niet lezen. Eer hij iemand gevonden had die hem kon helpen, was de termijn verstreken. Zo is het de meeste van onze mensen vergaan. Voor mijn vader was dat de belangrijkste drijfveer om mij onderwijs te laten volgen.

Ik kon opschrijven wat hij dicteerde. Later ga je je realiseren wat je op papier zette, wat er allemaal gebeurd was. Bij stukje en beetje kreeg ik steeds meer te horen. Dat wat m''n vader door de Duitsers aangedaan was, wilde ik goedmaken. Dat ging natuurlijk niet. Ik probeerde het hem voortdurend naar de zin te maken. Urenlang las ik hem voor uit de krant.

Met m''n achttiende jaar heb ik Duitsland verlaten. Ik wilde niets meer met dat land te maken hebben en ben bij een halfbroer van m''n vader gaan wonen, op een kampje in Schimmert. Af en toe kom ik in Duitsland om mijn moeder te bezoeken, maar ik ben altijd weer blij als ik terug ben. Heel wonderlijk, bij alles wat ik wilde doen, moest ik m''n vader heel omzichtig om toestemming vragen. Toen ik erover begon dat ik naar Nederland wou, stemde hij meteen toe. Ik kreeg zelfs een kampeerwagen en een auto.

De eerste tijd heb ik enkel van de vrijheid genoten. Terwijl buitenlanders in Duitsland als gastarbeiders werden beschouwd, hoorden ze hier al tot de bevolking. Ik kon er vrij voor uitkomen dat ik zigeunerin ben. Ik hou van Nederland. Het is iets wat je niet beschrijven kunt. Ik voel dat ik bij dit land hoor. Overal zijn problemen en dingen waarin je je niet kunt vinden, maar moest ik opnieuw voor een land kiezen, dan zou het beslist weer Nederland worden. In Duitsland ben je een vieze zigeuner, een nietsnut, een crimineel. Hier circuleren ook verhalen over mensen die van een kamp komen, maar je krijgt tenminste de kans om te laten zien wie je bent. Ik krijg dagelijks burgerburen over de vloer. Dat is in Duitsland ondenkbaar.

Door m''n man leerde ik de burgerwereld van nabij kennen. Mario is een halve Sinto. Zijn moeder is een Nijmeegse burgervrouw. Burgerlijker kan niet: om drie uur de koffie, half zes het eten op tafel. Oer-Hollands, beide benen op de grond. Een schat van een mens, ik kan me geen betere schoonmoeder voorstellen. Ze is altijd in een huis blijven wonen, maar zodra ze op het kamp is, gedraagt ze zich als een volbloed Sinti-vrouw. Ze heeft de gave zich volledig aan te passen aan de situatie waarin ze verkeert, zonder haar eigen stijl te verloochenen. Dat vind ik heel knap."

"In 1992 werd m''n vader eindelijk als oorlogsslachtoffer erkend. De 180.000 mark die hij kreeg werd meteen teruggevorderd omdat hij jarenlang van de sociale dienst had geleefd en zijn ziektekosten betaald waren door de Allgemeine Ortskrankenkasse van Koblenz. Hij was toen al doodziek en wist dat hij zou gaan sterven. Z''n hele leven heeft hij gevochten om recht. Dat gevecht wilde hij hoe dan ook winnen. Toen hij het eindelijk had gewonnen, ontdekte hij dat het geen waarde meer had. Het pensioen van 500 mark dat hem werd toegekend, liet hij op een aparte rekening storten met de vermelding: "Begrafeniskosten." Hij weigerde ervan te leven. Mij gaf de erkenning ook niet de voldoening die ik ervan verwacht had. Ik had totaal geen euforische gevoelens. Het had te lang geduurd.

Vijf jaar geleden is m''n vader overleden aan longkanker, waarschijnlijk het gevolg van de dwangarbeid in Oostenrijkse mijnen. Eerder waren z''n stembanden al verwijderd wegens keelkopkanker. Tientallen jaren heeft hij met z''n gezondheid getobd, door alles wat hij in de oorlog had meegemaakt. De dood was voor hem een verlossing.

Door alles wat hem is aangedaan, zat ik vol haat en agressie. Het schrijven heeft me daarvan bevrijd. Ik schrijf al heel lang, maar deed er nooit wat mee. Tot ik het blad "Samen", een uitgave van het woonwagenpastoraat, tegenkwam. Daar werk ik nu vast aan mee. Al snel kreeg ik het advies de verhalen die ik had liggen te bundelen. Begin dit jaar is "De geur van de reis" uitgekomen. De reacties daarop waren zo positief dat ik besloot een vervolg te brengen. In mei is het verschenen, tegelijk met "Schaduwkinderen". Het was pastoor In ''t Zand, de landelijke woonwagenpastoor, die mij heeft gestimuleerd de oorlogsherinneringen van mijn vader en de betekenis daarvan voor mij op te schrijven. Hij wist dat ik daarmee zat. Zo is dit boekje ontstaan. Voor mij heeft het een bijzondere betekenis. Als ik in "Schaduwkinderen" lees, is het net of het verhalen van een ander zijn. Je hebt op dat moment een bepaalde afstand. Dat maakt je milder.

Eindelijk staat er nu iets zwart op wit van iemand uit onze eigen gemeenschap. Heel veel mensen weten niet wat wij meegemaakt hebben. Ook de Sinti en de Roma zijn bijna vernietigd. Het verhaal van de Joden is bij iedereen bekend. Ons verhaal niet. Ten eerste hadden wij na de oorlog geen land om naar terug te gaan. Er was geen wet die ons beschermde. Onze mensen moesten zichzelf van de grond zien op te rapen. Het dagelijks overleven was het belangrijkste. In de tweede plaats waren heel veel thema''s taboe. Bij ons praat een vrouw er niet gemakkelijk over als ze onder dwang gesteriliseerd is, of verkracht. Vergeet ook niet dat bij ons vrijwel niemand kon lezen en schrijven. Er waren geen brieven of dagboeken waarin gebeurtenissen zijn vastgelegd. En de omgeving had geen belangstelling voor wat er met ons gebeurd is. We hebben altijd in de schaduw geleefd. Vanaf de veertiende eeuw zijn we vervolgd, gediscrimineerd of gewoon genegeerd. Aan de Joden heeft premier Kok excuses aangeboden, wij deden niet mee. Pas toen de landelijke Sinti-organisatie protesteerde, kwamen wij in beeld en is ook ons schadevergoeding beloofd."

"Ik sta volledig achter de protesten van de Sinti-vereniging, maar als ik eerlijk ben heb ik het gevoel dat het de laatste kreten van een uitstervend volk zijn. Elke kever in Nederland heeft bescherming. Wij niet. Terwijl we het meest exotische zijn dat dit land te bieden heeft. Ik ben ervan overtuigd dat de Nederlander bereid is zich in te zetten voor het behoud van onze cultuur, maar niemand is zich bewust van de betekenis ervan. Een taal die 600 jaar heeft overleefd, zonder dat er een letter van in een boek staat, is toch de moeite waard? Ongeschreven wetten die van generatie op generatie zijn overgedragen, en die nog steeds worden nageleefd, moeten toch betekenis hebben? Het zou heel erg zonde wezen als die verdwijnen, maar ik zie het wel gebeuren. In Duitsland, waar je geen woonwagenkampjes hebt, zijn de Sinti al heel sterk geassimileerd. Hier zal dat ook gaan gebeuren. De Woonwagenwet is vervallen. Ongetwijfeld zullen er over tien jaar nog maar weinigen zijn die in een wagen leven. Daardoor ga je minder met elkaar om, er wordt minder onderling getrouwd, de eigen cultuur verwatert. Waar vind je over dertig jaar nog een echte Sinto?

Zelf zal ik zo lang mogelijk aan onze cultuur vasthouden. Ik ben geëmancipeerder dan mijn ouders, maar we leven nog steeds naar de wet van de zigeunertraditie. Die probeer ik ook over te dragen op mijn kinderen. Tot nu toe lukt dat goed. Ik druk ze niet in een schema. Ze mogen zich vrij ontplooien, gaan naar gewone scholen en hebben burgervrienden, maar op de achtergrond blijf ik steeds benadrukken dat ze trots mogen zijn op hun afkomst. Een zigeuner heeft niks om zich voor te schamen.

Onze gebruiken hebben ze spontaan overgenomen. Daar wordt niet eens over gepraat. Je wast je handen nooit in de afwasbak. Die is bestemd voor het klaarmaken van het eten. Jezelf wassen doe je uitsluitend in de badkamer. Als we op reis zijn, staat de jerrycan met water nooit op de grond. We mogen geen paardenvlees eten. Doe je dat wel, dan word je door de stam uitgestoten. De vader is de koning van het huis. Is er een rechtspreking door de oude mannen van de stam, dan mag je als vrouw niet binnenkomen. Hun woord is wet. Al die dingen zijn voor ons vanzelfsprekend.

Mijn kinderen hebben gelukkig een gezond zelfbewustzijn ontwikkeld. Ze komen er openlijk voor uit dat ze zigeuner zijn. Ze stimuleren mij ook om door te gaan met schrijven. De presentatie van "Schaduwkinderen" aan minister Borst heeft heel veel voor me betekend. Ik ben er ontzettend trots op dat ik degene mocht zijn die als eerste het persoonlijke oorlogsverhaal van een zigeunerfamilie kon aanbieden aan een lid van de regering."

Was het voor uw gevoel tegelijk een postuum eerbetoon aan uw vader?

"Natuurlijk! Aan hem heb ik het boek opgedragen."

Mede n.a.v. "Schaduwkinderen", door Bluma Schattevoet; uitg. Daja-stichting, Den Dungen, 2000; ISBN 90 73180 75 9; 48 blz.; 14,95.

Kommentar hinzufügen

Der Inhalt dieses Feldes wird nicht öffentlich zugänglich angezeigt.
  • Internet- und E-Mail-Adressen werden automatisch umgewandelt.
  • Zulässige HTML-Tags: <a> <em> <strong> <ul> <ol> <li> <h2> <h3> <h4> <p> <object> <br> <param><div>< blockquote>
  • HTML - Zeilenumbrüche und Absätze werden automatisch erzeugt.
  • You may use [[nid:123]] notation to manually insert the media or content from another node.
  • Each email address will be obfuscated in a human readable fashion or (if JavaScript is enabled) replaced with a spamproof clickable link.
  • You may use [swf file="song.mp3"] to display Flash files and media.

Weitere Informationen über Formatierungsoptionen

CAPTCHA
Diese Frage hat den Zweck zu testen, ob Sie ein menschlicher Benutzer sind und um automatisierten Spam vorzubeugen.
Bild-CAPTCHA
Geben Sie die Zeichen ein, die im Bild gezeigt werden.

Bildleiste für das Gedenkbuch von Wuppertal